Extreem onweer mag niet leiden tot fatalisme
Plotse duisternis overdag, zoals afgelopen dinsdagochtend, het heeft iets apocalyptisch. De gevolgen van het hevig onweer waren niet min: blikseminslagen leidden tot ernstige brand, hevige buien en rukwinden veroorzaakten heel wat schade, verkeer lag in de knoop. Maar dit is nog niets vergeleken met de ramp op Pukkelpop 2011 verleden week, die in het collectief geheugen staat gegrift. Voor familie en vrienden van de slachtoffers zal het verwerkingsproces nog vele jaren duren.
Maatschappelijk fatalisme is verleidelijk bij deze menselijke, emotionele en economische schade. Hoewel het noodlot zich inderdaad niet laat orkestreren en een absoluut nulrisico niet bestaat, kunnen we het risico op schade wel doen dalen. Daarvoor moeten we het natuurgeweld van de afgelopen dagen in een breder kader plaatsen.
De wereldwijde klimaatverandering zorgt niet alleen voor meer overstromingen in Bangladesh of toenemende droogte in Afrika, maar heeft ook effecten in Noord-Amerika en Europa. En dus ook in Vlaanderen. In november verleden jaar werden we keihard met de neus op de feiten gedrukt: langdurige regenval en daaropvolgende overstromingen veroorzaakten heel wat schade en er vielen zelfs enkele doden. Rivieroverstromingen zijn het gevolg van langere regenperiodes, vooral in de winter. Overstromingen vinden vervolgens plaats omdat het water onvoldoende kan insijpelen in de bodem -de verharde en bebouwde oppervlakte in Vlaanderen is de laatste twintig jaar met 43% toegenomen- en omdat de bergingscapaciteit van de waterlopen te beperkt is. Het is niet wetenschappelijk bewezen dat de overstroming van november te wijten is aan klimaatverandering. Maar de afgelopen decennia is het aantal zware overstromingen wel stelselmatig toegenomen in ons land. En volgens de wetenschappelijke verwachtingen zal, zonder bijkomende maatregelen, het risico op overstromingen verder oplopen door klimaatverandering. Overstromingen maken het merendeel uit van de natuurrampen in Belgiƫ. Uit cijfers van het rampenfonds blijkt dat tien natuurrampen in een jaar tegenwoordig geen uitzondering meer zijn; in de jaren negentig lag het maximum nog op drie.
Ook onze zomers veranderen. Wetenschappers voorspellen dat komende decennia het tijdens de zomer minder zal regenen, tussen de 6 en de 20 procent minder. Voor we beginnen juichen: de onweders zullen ook korter en heviger zijn. Uit studies blijkt dat zeer extreme buien die zich nu maar een keer om de 20 jaar voordoen, over 50 jaar misschien al om de 5 jaar kunnen terugkeren. Dat betekent dat riolen gemakkelijker zullen overstromen omdat ze niet gemaakt zijn om de onverwachtse toestroom te slikken, zoals we afgelopen dagen hebben gezien in onze straten en kelders. Bijgevolg wordt ook dat de kans groter dat muziekfestivals en andere openluchtspektakels extreem weer te verduren krijgen. Opnieuw is het onmogelijk wetenschappelijk te bewijzen dat de wolkbreuken van afgelopen dagen te maken hebben met klimaatverandering. Wel weten we dat onweer van die aard in de toekomst meer en meer zal plaatsvinden in Vlaanderen.
Met die kennis is fatalisme uit den boze. We zullen ons beter moeten wapenen tegen een toenemend risico op overstromingen, extreem onweer en andere effecten van klimaatverandering. Ruimte geven aan water en ons rioleringsstelsel moderniseren zijn twee voorbeelden. Een verhoogde waakzaamheid voor extreem zomeronweer tijdens de zomerfestivals is een derde. Wat op de weide van Pukkelpop is gebeurd, is verschrikkelijk en niemand treft rechtstreeks schuld. Maar we moeten hieruit, de slachtoffers indachtig, lessen trekken en ons nog beter voorbereiden op hogere risico's. Dat kan bijvoorbeeld door tijdens zomerevenementen materiaal te gebruiken dat nog meer weerbestendig is, door het weer nog nauwlettender op te volgen en door de communicatie op punt te stellen. Onze maatschappij moet klimaatrobuuster worden en dus rekening houden met het wijzigende klimaat, zodat we voorbereid zijn op de nabije toekomst. Om (on)menselijke schade te vermijden, zoveel als mogelijk, en economische schade te beperken.


