Klimaataflaten

profile picture
02/12/2009

De voorbije jaren is een exponentiële groei ontstaan aan begrippen en afkortingen in verband met klimaat, met een complex jargon tot gevolg.

Tijdens het afsluiten van het Kyotoprotocol werd aan elk deelnemend industrieland een hoeveelheid rechten toebedeeld om broeikasgassen uit te stoten tijdens de periode 2008-2012. Aan de Europese Unie werd bijvoorbeeld 340 miljoen ton CO2-equivalenten toegekend, die verder onder de lidstaten werden verdeeld. In het Kyotoprotocol zijn echter ook mechanismen opgenomen, waarbij landen bijkomende uitstootrechten kunnen creëren door projecten te financieren in landen die niet onder het Kyotoprotocol vallen (de armere landen). Dit heet Clean Development Mechanism of CDM.

Op zich is het heel goed dat industrielanden investeren in projecten om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in ontwikkelingslanden. De rijke landen doen dit echter niet om de ontwikkelingslanden te helpen, maar om de eigen broeikasgasdoelstellingen te halen. Een soort van klimaataflaten dus. Financiering van klimaatprojecten in het armere Zuiden moet natuurlijk dienen om hen te helpen hun eigen doelstellingen te halen. Drie kwart van de CDM-projecten vindt trouwens plaats in de sterk groeiende economieën China, India en Brazilië; 2 procent gaat naar Afrika. Het is dus erg onevenwichtig verdeeld.

Er zijn bovendien projecten die de wenkbrauwen doen fronsen: waterdammen die heel wat ecologische schade verrichten of hectaren boomplantages zonder ecologische waarde bijvoorbeeld. Het vreemdste verhaal speelt zich vermoedelijk af in China, waar tijdens de productie van koelvloeistof gefluoreerde koolwaterstoffen worden geproduceerd die duizenden maal sterkere broeikasgassen zijn dan CO2. De eenvoudige vernietiging van deze gassen behoort tot deze CDM-projecten.

Industrielanden kunnen beter hun doelstellingen halen door in eigen land of regio te investeren in onder meer wetenschappelijke innovatie, groene technologie en hernieuwbare energie. Daarbovenop moeten industrielanden hun historische verantwoordelijkheid opnemen en ontwikkelingslanden steunen. Financieel en technologisch. Vraag is of de onderhandelaars in Kopenhagen er ook zo over zullen denken.