Teveel verbrandingsovens in Vlaanderen

De afvalberg daalt. Dat blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van huishoudelijke afvalstoffen van de OVAM. Per Vlaming werd in 2010 gemiddeld 525 kg huishoudelijk afval ingezameld, dat is 7 kg minder dan in 2009. De laatste tien jaar is de hoeveelheid huishoudelijk afval geleidelijk en systematisch gedaald van 558 kg per inwoner in 2001 naar 525 kg in 2010. Meer dan 70 procent van dat huishoudelijk afval werd in 2010 selectief ingezameld met het oog op hergebruik, recyclage of composteren.

Evenveel afval wordt verbrand

Tot zover het positieve nieuws. Want hoewel de hoeveelheid huishoudelijk afval daalt, blijft de hoeveelheid verbrand huishoudelijk afval gelijk: 1.017.000 ton in 2008 en 1.016.000 in 2010. Afval dat dus niet gerecycleerd of gecomposteerd wordt. Verbranden van afval is beter dan storten en je kan ook energie uit het verbrandingsproces recupereren om elektriciteit op te wekken of de warmte nuttig gebruiken; maar heel wat waardevolle materialen verdwijnen wel letterlijk de lucht in. Daarom maakt een echt beleid van duurzaam materiaalbeheer werk van meer recyclage en minder verbranden. En wat blijkt: de Vlaamse regering en minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege breiden het aantal verbrandingsovens uit. Dat terwijl er de voorbije jaren reeds teveel verbrandingscapaciteit bestond in Vlaanderen, zo bleek uit eerder onderzoek van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM).

Overcapaciteit aan verbrandingsovens

De cijfers in het kort (officieel: op basis van het rapport milieuheffingen 2010; vertrouwelijk: gegevens zijn recent intern aangepast door OVAM). De gemeenten boden 1.016.000 ton te verbranden afval aan in 2010. Daarnaast is er nog eens 431.000 ton met huishoudelijk afval gelijkgesteld bedrijfsafval dat wordt verbrand in de huisvuilverbrandingsovens. Daarnaast is er nog (1) 306.000 ton afval dat samen met slib in de wervelbedoven van Indaver wordt verbrand, (2) 166.000 ton hoogcalorisch afval dat naar de biostoomcentrale van Electrawinds en de installatie van Stora Enso gaat en (3) 248.000 ton brandbaar afval dat nog wordt gestort. Ook wordt 114.000 ton afval ‘geëxporteerd' naar Wallonië en 226.000 ton wordt voornamelijk ‘meeverbrand' in cementovens in Wallonië. 86.000 ton wordt geëxporteerd richting buitenland (Nederland en Duitsland). In totaal is dat 2.593.000 ton. Maar het relevant aanbod bedraagt 2.119.000 ton, aangezien het meeverbrand afval in de Waalse cementovens en gestort brandbaar afval niet mag meegerekend worden (omdat voor dit gestort brandbaar afval, zijnde shredderresidu, een traject van recyclage wordt uitgestippeld).
Daar tegenover staat de volgende beschikbare en vergunde verwerkingscapaciteit van verbrandingsovens: 2.194.000 ton (waar enige rek op bestaat, aangezien men een marge inbouwt). Recent heeft minister Schauvliege immers een uitbreiding van Bionerga in Houthalen-Helchteren goedgekeurd (tegen een negatief advies van OVAM in). Dit betekent dat er op basis van de cijfers van 2010 minstens een overcapaciteit van 75.000 ton bestaat. In woorden pleit de minister voor duurzaam materialenbeheer en het stimuleren van recyclage, in de praktijk vergunt ze bijkomende verbrandingsovens.
Naast de uitbreiding van Bionerga en de hervergunning van de ISVAG-oven in Wilrijk zijn er nog projecten in de pijplijn, waar de minister uitspraak over zal moeten doen: een bijkomende oven van 200.000 ton voor Indaver in Beveren (project in beroep bij de minister) en 150.000 extra capaciteit voor Recover Energy in Kampenhout (vergunning aangevraagd; de oven kan ook ander afval dan huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval aan).
De goedkeuring van deze projecten zou leiden tot een overcapaciteit van 425.000 ton.

Naar een echt duurzaam materialenbeheer

Een gevolg van een overtollige verbrandingscapaciteit kan het extra verbranden van recycleerbaar materiaal zijn. Om rendabel te zijn, moeten de ovens immers draaien en de uitbaters krijgen voor de geproduceerde elektriciteit groenestroomcertificaten erbovenop, hetgeen op zich al onverantwoord is. Afvalverbranding komt dus in concurrentie met recyclage. Het feit dat de hoeveelheid huishoudelijk afval daalt, maar de hoeveelheid verbrand huishoudelijk afval blijft constant, wijst die richting uit.

Bovendien bestaat vandaag ook in de ons omliggende landen, zoals Nederland en Duitsland, een ernstige overcapaciteit: voor elk een overcapaciteit van meer dan 1 miljoen ton afval. Op Europees niveau werken we dus mee aan een overcapaciteit aan verbranding. Dumpingprijzen voor bedrijfsafval door de overconcurrentie leidt daar net tot hogere tarieven voor de gezinnen om hun huishoudelijk afval te verbranden.

Het uitbreiden van de verbrandingscapaciteit staat haaks op een duurzaam materialenbeheer, dat inzet op hergebruik en recyclage. In plaats van uitbreiden moet de minister op zijn minst een moratorium op bijkomende ovens afkondigen (zoals in Nederland). Nog beter zou een traject van afbouw van de verbrandingscapaciteit zijn, om de afvalsector maximaal te sturen richting hergebruik en recyclage.

Binnenkort wordt het materialendecreet besproken in het Vlaams Parlement. Hiermee wil de Vlaamse regering duurzaam materialenbeheer stimuleren. In theorie althans. In de praktijk worden bijkomende ovens gebouwd om meer afval te verbranden.