Vlaanderen afgraven

Eind juli stelde de Vlaamse regering het zogenaamde "Bijzonder Oppervlaktedelfstoffenplan Vlaamse leemstreek" vast. Dit plan geeft een overzicht van waar in Vlaanderen kan ontgonnen worden naar gele en rode leem. Het bevat ook acties voor de komende vijf jaar voor een ontwikkelingstermijn van minstens 25 jaar, zodat de ontginningssector dit plan als basis kan gebruiken.

Dat er een behoefte in Vlaanderen bestaat voor leem, is duidelijk. Maar Vlaanderen is een dichtbevolk gebied, waar open ruimte schaars is. Dus moeten we spaarzaam omgaan met het aansnijden van open ruimte voor ontginningen. Een ontginning heeft  immers een grote impact op de omgeving en zorgt voor heel wat vrachtvervoer.

Het delfstoffenplan is opgesteld om in de behoeften voor leem voor de volgende jaren te voorzien, rekening houdend met recyclage en hergebruik van leemmateriaal. Maar van dat laatste is heel weinig te merken. De leembehoefte is zeer ruim ingeschat, op basis van cijfers van de sector zelf. Bovendien dient bijna de helft van ontgonnen leem voor export. In een regio waar de open ruimte zo onder druk staat...

In het plan wordt ook gesteld dat transport van leem over afstanden groter dan 100 km bij voorkeur niet plaatsvinden. Nochtans blijkt twee derde van de ontginningsgebieden op verder dan 100 km gelegen zijn van de verwerkingsfabrieken. En Vlaanderen is reeds een transportintensieve regio.

Met andere woorden: de Vlaamse regering spreekt graagd over duurzame ontginning, duurzaam materialenbeheer, 'verzoening van economie en ecologie' (de eeuwige dooddoener), dure woorden voor 'business as usual' zo blijkt.