10 dec 2014

Onze provincie kan en zal bewijzen dat netjes besturen wél kan, ook in budgettair moeilijke tijden

Op woensdag 10 december reageerde Stef Boogaerts namens de groenfractie op het beleidsplan van de deputatie Vlaams-Brabant. Stef brengt op eigen fijne wijze enkele kanttekeningen bij de bestuurlijke plannen van de gedeputeerden. Geachte voorzitter, geachte gouverneur, geachte dames en heren van de deputatie, beste collega's, Twee jaar zijn we samen bezig, dat is net één derde van de legislatuur. En soms hebben we het gevoel dat we nog niet begonnen zijn. Of dat we elke keer opnieuw moeten beginnen. Om maar te zeggen: het is vandaag niet makkelijk om een provincie te besturen, met de voortdurende besparingen en de knagende onzekerheid die daar uit voortvloeit. Onzekerheid die niet alleen het provinciebestuur treft, maar die ook geldt voor gemeenten, intercommunales en niet in het minst voor onze eigen ambtenaren, de ploeg hardwerkende Vlamingen die elke dag opnieuw het allerbeste van zichzelf geeft. Neen, wij zijn niet zélf verantwoordelijk voor het rommeltje waar we momenteel mee geconfronteerd worden. De Vlaamse Regering is wat dat betreft vandaag zeker geen voorbeeld, maar onze provincie kan en zal bewijzen dat netjes besturen wél kan, ook in budgettair moeilijke tijden.

 

 

 

En we bewijzen dat ook. Dat de uitkanteling van de integratie- en inburgeringssector, met zijn onthaalbureau's, sociale tolken, administratie en logistiek, op 1 januari vlekkeloos zal verlopen, is echt niet de verdienste van de Vlaamse overheid, maar wél van ons provinciebestuur.

We hopen dat dat met toekomstige uitkantelingen ook zo mag verlopen, dat het allemaal niet gebeurt zoals het met de Regionale Landschappen en de bosgroepen is gegaan, want dat is echt geen voorbeeld.

Het zal je misschien verbazen, maar voor Groen is ook een degelijk milieubeleid belangrijk. Wat we vandaag met Vlaams-Brabant Klimaatneutraal bezig zijn, gaat veel verder dan de andere Vlaamse provincies. Mag ook wel, we zijn de drukste en dichtstbevolkte provincie van Vlaanderen en het klimaatprobleem is hier nog acuter dan elders.

Met het betrekken van een heel groot aantal gemeenten en een groot gedeelte van het middenveld hebben we in deze provincie een stevig draagvlak gecreëerd, waarop we de komende jaren kunnen verderbouwen. De eerste goedgekeurde projecten bewijzen ook de betrokkenheid van onze partners in het veld: het zijn mooie projecten die een voorbeeldfunctie voor vele anderen kunnen zijn. Maar we moeten ook zelf de handen uit de mouwen steken: tegen elke windmolen die je plant, is er protest, zeker in het dichtbevolkte Vlaams-Brabant. Toch zullen ook wij ons aandeel in hernieuwbare energie moeten realiseren. Want als we moeten kiezen tussen hernieuwbare energiebronnen zoals windmolens en een nieuwe kerncentrale, dan is onze keuze heel snel gemaakt. Wij kiezen niet voor nucleair afval waar de mensheid nog tienduizend jaar mee zit!

Een belangrijke uitdaging is ook de omgevingsvergunning, want die komt er nu heel snel aan. De invoering daarvan vraagt niet alleen heel duidelijke afspraken, maar biedt ook mogelijkheden om kleine, duurzame initiatieven, ook op het vlak van hernieuwbare energie, kansen te geven die beter passen in de verstedelijkte omgeving in Vlaams-Brabant.

Op het vlak van biodiversiteit zijn we heel blij dat de subsidies voor de aankoop van natuurgebieden overeind blijven. Dank zij die bijdrage kunnen verenigingen als Natuurpunt een netwerk van natuurgebieden uitbouwen dat de enige garantie is op het behoud van een rijke en gevarieerde biodiversiteit in ons volgebouwde land. En natuurlijk maakt ook de oplossing voor de Regionale Landschappen en Bosgroepen ons heel gelukkig. Hier bewijst de provincie dat ze wél kan wat de Vlaamse Regering niet doet.

Tot slot blijven we natuurlijk ook investeren in de verduurzaming van onze eigen provinciewerking. Dat is een lang werk, procedures verander je niet zomaar. Maar de bereidheid die we hieromtrent vinden, stemt ons zeer hoopvol dat we ook daarin mooie stappen vooruit kunnen zetten.

Op het vlak van mobiliteit kijken we met veel belangstelling naar de fietssnelwegen. En soms kosten die heel veel geld, maar in ons landje heb je nu eenmaal bruggen en tunnels nodig om een snel en veilig fietsnetwerk te creëren. Zo'n netwerk kan en moet het sluitstuk zijn van een doorgedreven STOP-beleid. Natuurlijk, als we Brussel gaan omringen met een netwerk van Uplaces, dan zullen die fietssnelwegen niet helpen om de verkeersknoop te ontwarren. We hopen alleen dat Vlaanderen slimme besissingen neemt, die niet indruisen tegen de belangen van de mensen, winkels en bedrijven in onze provincie.

Bovendien vragen we ons, heel praktisch, ook af hoe we ervoor kunnen zorgen dat die fietssnelwegen de komende maanden ijsvrij worden gemaakt.

Het budget voor ontwikkelingssamenwerking is heel beperkt, maar toch ontwikkelen we daarmee een specifiek beleid met duidelijke accenten. En met dierenwelzijn is dat net zo: met het zeer beperkte budget blijven we sensibiliseren over dierenwelzijn, maar geven we ook een kader aan de dierenasielen, waar tientallen vrijwilligers dagelijks het beste van zichzelf geven.

Voor Groen is ook het woonbeleid van heel groot belang. Via Vlabinvest kunnen we daarin een belangrijke rol spelen, en onze bedoeling is daarbij vooral in te zetten op de verduurzaming van het woonbestand, zeker in de sector van de sociale woningbouw. Het kan toch niet dat de armsten in onze maatschappij achterblijven met de hoogste energierekening? Energiearmoede is een heel groot probleem, ook in onze provincie. Bovendien zien we de schuchtere initiatieven op het vlak van woningdelen heel graag verder ontwikkelen.

We moeten overigens niet alleen aandacht hebben voor de energiearmoede, we moeten in het hele beleid waakzaam blijven voor mensen die het moeilijk hebben in onze maatschappij.

VERA, het Vlaams-Brabants steunpunt Informatica, heeft van deze deputatie nieuwe vleugels gekregen. Meer nog dan vroeger brengt Vera gemeenten samen rond de uitbouw van hun ICT-infrastructuur. En dat is nu net wat wij van de provincie als intermediair bestuur verwachten: gemeenten laten samenwerken om er samen sterker uit te komen.

Wat ons tot slot te brengt bij de hamvraag die ons allemaal bezighoudt: de toekomst van ons allen. Wij, de Groene fractie, vinden een innovatief, stimulerend, dynamisch en toekomstgericht intermediair niveau echt wel nodig. En wij zeggen niet dat dat de provincie moet zijn. Maar het moet voor ons wél de provincie blijven zolang we geen alternatief hebben dat beter is. Daarom blijven we een loyale partner in het beleid van deze meerderheid. En daarom keurt onze fractie het beleidsplan en de begroting mee goed.

Dank je wel!

Stef Boogaerts

Fractievoorzitter Groen

10 december 2014

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.